1919 Blauwdruk

Reeds tientallen jaren was het blauwdruk-procedé bekend, een methode om technische tekeningen te reproduceren. Er verschenen dan witte lijnen op een blauwe ondergrond. Probleem daarbij was dat het reproductiepapier zeer lichtgevoelig was en tot aan het afdrukken maar beperkt houdbaar was. Louis, een van de gebroeders Van der Grinten uit de derde generatie, ging dat probleem te lijf en vond een middel om het blauwdrukpapier voor gebruik langer houdbaar re maken, tot wel een jaar toe. Hij ging het maken en, later met behulp van zijn jongere broer Karel, op de markt brengen.
De derde van de gebroeders, Piet, hield zich bezig met de financiën en daarnaast met de zeer winstgevende productie van boterkleursel. De drie broers bouwden de onderneming gestaag verder uit nu de eerste stappen op het gebied van ‘document solutions’ waren gezet. En er zouden er nog vele opzienbarende volgen! De familie Van der Grinten bleef overigens tot in de vierde generatie leiding geven aan de onderneming.

1926 Diazo

Naast het blauwdruk-procedé was inmiddels ook een andere manier bekend geworden om (technische) tekeningen te reproduceren, waarbij donkere lijnen op lichtkleurig papier verschenen, hetgeen de leesbaarheid van de tekeningen aanzienlijk verbeterde. Dit procédé stond bekend als diazotypie, in de volksmond algemeen ‘lichtdruk’ genaamd. Het zou rond 1940 blauwdruk geheel hebben verdrongen. Echter het afdrukken was op zich een omslachtige handeling en het was wederom Louis van der Grinten die een kwalitatief betere en verwerkingsvriendelijker methode uitvond. Het met chemicaliën bewerkte papier werd in de kopieermachine eerst belicht en pas daarna werd er nog een andere (vloei)stof aan toegevoegd voor het ontwikkelen. Daarom noemde men dat nieuwe lichtdrukpapier: “O.C. papier”, een afkorting van “Ohne Componente”, ofwel: zonder component. Het werd aI snel het nieuwe merk: “Océ”, dat in 1928 wettelijk werd gedeponeerd en dat tientallen jaren later – in 1970 – ook de naam van de onderneming zou worden.

1967 Electrofotografie

Al voor 1940 had de onderneming een technologie en het daarbij behorende procedé ontwikkeld waarmee het mogelijk was ook kopieën te maken van niet-lichtdoorlatende originelen. De Tweede Wereldoorlog doorkruiste een succesvolle doorbraak hiervan en daarna had men de handen te vol met de wederopbouw van de onderneming om er opnieuw mee de markt op te gaan. Toch bleef men andere terreinen verkennen zoals dat van de klein-offset en keek men naar kantoortoepassingen van diazo. In 1967 betrad men de kantoormarkt met een elektrofotografisch procedé voor het kopiëren van documenten, waarvoor nog speciaal, chemisch bewerkt, papier gebruikt moest worden.
In deze periode nam men de fabriek over die de apparaten voor Océ bouwde en was er dus sprake van een eigen machinefabriek. Op het gebied van grootformaatkopiëren was Océ toen nog een van de weinige overgebleven mondiale aanbieders van kopieersystemen voor de tekenkamer. Toen de onderneming in het midden van de jaren ‘70 de bijna even grote concurrent Ozalid in Engeland overnam, werd Océ daarmee in één klap wereldmarktleider in de tekenkamermarkt. De ontwikkelingen verliepen van dat moment af stormachtig.

1974 Plain Paper Copying

In de R&D-laboratoria van Océ werd met succes een baanbrekende technologie ontwikkeld om te kunnen kopiëren op gewoon, onbewerkt papier (plain paper). De uiterst korte papierbaan, de monocomponent toner en de wijze van beeldoverdracht waren uniek en zorgden voor zeer betrouwbare en nagenoeg storingsvrije processen. Hiermee kon Océ nu ook de zeer grote en veelbelovende kantoormarkt gaan betreden, tot in de Verenigde Staten toe, toen nog ‘het hol van de leeuw’. Al snel volgden ook toepassingen met plain paper voor de grootformaatkopieën in de tekenkamermarkt. De diverse modellen plain paper copiers volgden elkaar snel op, met steeds meer mogelijkheden en toepassingen en bijv. steeds hogere kopieersnelheden